Semi-Agoraal Werk

Een wetsontwerp dat voor ongerustheid zorgt binnen de sector

In oktober 2017 raadpleegde de federale regering de Nationale Arbeidsraad over een voorontwerp van wet dat mensen die minstens 4/5e werken (werknemers en ambtenaren), zelfstandigen en gepensioneerden de mogelijkheid geeft om tot 6.000 euro extra te verdienen per jaar.   Het zou gaan om bijkomende inkomsten vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen in het kader van het verenigingswerk, van occasionele diensten tussen burgers of van platforms erkend in de deeleconomie. Het is de ambitie van de regering om het systeem in voege te laten gaan in het voorjaar van 2018.

De NAR bracht een vrij negatief advies uit over dit ontwerp (cf.  Advies 2065), terwijl UNISOC zijn standpunt meedeelde via persberichten op 29 november en op 18 december 2017. Ook de Hoge Raad voor Vrijwilligers en de Raad van State gaven negatieve adviezen.

Ondanks deze verschillende negatieve adviezen, keurde de ministerraad van 8 december het wetsontwerp goed, en wijzigde het slechts minimaal. De inwerkingtreding was voorzien voor 20 februari 2018. Bepaalde deelstaten hebben dit aanhangig gemaakt bij het Overlegcomité dat bijeenkwam op 15 januari 2018, maar er werd geen akkoord gevonden.  Tijdens de zitting van 19 januari 2018 stemde het parlement van de Franse Gemeenschapscommissie een motie betreffende een belangenconflict met het wetsontwerp. Het gevolg van deze motie is dat het wetgevend proces dat was begonnen in de Kamer gedurende zestig dagen wordt opgeschort, en dat er overleg wordt gestart waarbij een advies in aanmerking wordt genomen van de Senaat.

Over dit wetsontwerp is absoluut niet iedereen het eens. Heel wat organisaties en sociale partners hebben ook hun ongenoegen geuit. Laten we om deze realiteit te begrijpen even stilstaan bij de sociale en maatschappelijke risico's van dit ontwerp.

Naast de sportsector (en de sector van de podiumkunsten in Vlaanderen) die een oplossing wil vinden om de situatie van de scheidsrechters uit te klaren, is er geen enkele sector die in aanmerking komt voor het wetsontwerp vragende partij voor een 'ambigu' statuut dat het midden houdt tussen vrijwilligerswerk en regelmatig werk. Waarom? Eerst en vooral omdat het noodzakelijk is dat de lijst met activiteiten die in aanmerking kunnen komen voor deze nieuwe wetgeving wordt vastgelegd in overleg met de deelstaten en de betrokken sectoren. Ten tweede, omdat het huidig ontwerp negatieve gevolgen zal hebben voor de gebruikers, de werknemers, de instellingen en het evenwicht van het budget van de sociale zekerheid (cf. advies en communicatie in nuttige links).

Contactpersoon
Bruno
Gérard
02 210 53 08