Sociaal Ondernemerschap

De sociale economie ontwikkelen en tegelijkertijd de sociale inschakelingseconomie blijven ondersteunen

Eind 2016 gaf minister Didier Gosuin te kennen dat hij het wettelijk kader wou aanpassen om de sociale economie te ontwikkelen in het Brussels Gewest, en om tegelijkertijd de sociale inschakelingseconomie te blijven ondersteunen. 

Het ordonnantieontwerp beoogt met name een overschrijding van het vorig kader dat werd ingevoerd door de ordonnantie van 18 maart 2004, die de mogelijkheid bood om 'lokale initiatieven voor de ontwikkeling van de tewerkstelling' en 'inschakelingsondernemingen' te erkennen en te financieren, waarvan het uiteindelijke doel de socio-professionele inschakeling is van kwetsbare doelgroepen: het betrof dus sociale inschakelingseconomie. Het ontwerp wil ook rekening houden met de gevolgen van de zesde staatshervorming om zodoende de nieuwe bevoegdheden te integreren die werden toegekend aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake sociale economie.  

Bovendien voorziet Doelstelling 10 van de Strategie 2025 uitdrukkelijk dat:  'De sociale ondernemingen (die zijn ontstaan uit de sociale economie) zullen beschouwd worden als economische modellen die op transversale wijze perspectieven bieden voor deze acht domeinen. De sociale ondernemingen die in hun economisch project een sociale doelstelling integreren en een democratische en participatieve bestuurswijze hanteren, hebben echt een rol te vervullen in de Brusselse economische ontwikkeling'. 

De nieuwe perimeter bepaald voor de Brusselse sociale economie wordt uitgebreid naar publiekrechtelijke rechtspersonen en houdt ook rekening met de EMES-aanpak die de sociale economie en het sociaal ondernemerschap afbakent op basis van drie dimensies:  een economische, een sociale en een bestuurlijke.

Op basis van deze verschillende elementen moet het hervormingsvoorstel voor de bepalingen betreffende de lokale initiatieven voor ontwikkeling van de werkgelegenheid en de inschakelingsondernemingen worden beschouwd als een ontwikkeling van het Brussels wettelijk kader waarvan de basisprincipes de volgende zijn: 

  • een soepele en uitgebreide goedkeuringsprocedure;
  • een capaciteit om jobs te creëren waarbij zowel de overgang als de professionele inschakeling wordt beoogd; 
  • een mandaat en een stabiele financiering van de inschakelingsprogramma's;
  • een sterkere ondersteuning van de sociale ondernemingen als economische actoren; 
  • een bestuur dat afgestemd is op de evolutie van het Brussels kader. 

De benamingen 'ILDE' en 'EI' zouden trouwens verdwijnen en samensmelten tot één benaming, met name sociale inschakelingsonderneming. 

Dit ontwerp van ordonnantie herroept de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake de goedkeuring en de financiering van de ILDE en EI en de ordonnantie van 26 april 2012 betreffende de sociale economie en de goedkeuring van de EI en de ILDE met het oog op de toekenning van subsidies (nooit in werking getreden).

Contactpersoon
Bruno
Gérard
02 210 53 08
Benoit
Ceysens