Vertraging bij indexering: het College van de COCOF reageert op de mobilisatie van Brusselse vzw's

indexation

Verlichting voor verschillende door de COCOF gefinancierde verenigingen. Op donderdag 22 januari keurde het College een ontwerpbesluit goed om de gevolgen van de federale hervorming van de loonindexering te corrigeren. Deze beslissing komt tegemoet aan een sterke en breed gedragen eis van de sector en voorkomt dat vzw's met hun toch al beperkte middelen alleen moeten opdraaien voor de kosten van het verschil tussen de loonindexering en de indexering van de subsidies.

Ter herinnering, in juli 2025 heeft de federale regering besloten om het tijdschema voor de indexering van verschillende wettelijke mechanismen te wijzigen: voortaan vindt de indexering pas plaats in de derde maand na overschrijding van de spilindex, en niet meer in de eerste of tweede maand. Talrijke subsidies die door het Brussels Gewest worden toegekend, zijn echter rechtstreeks gekoppeld aan deze federale regelgeving.

In de praktijk blijven werkgevers wettelijk verplicht om de lonen te indexeren vanaf de eerste of tweede maand nadat de spilindex is overschreden, terwijl de aanpassing van de subsidies pas drie maanden later plaatsvindt. Door deze vertraging kwamen veel verenigingen (in de ambulante sector, de sector van de sociale en professionele integratie, de gezondheidszorg en de gehandicaptenzorg) in een onhoudbare financiële situatie terecht, waardoor ze bedragen moesten voorschieten die ze niet konden dragen.

Om het financiële evenwicht van de betrokken organisaties te vrijwaren, heeft het College van de COCOF besloten zijn subsidies te koppelen aan een eigen regeling, waardoor de status quo op het vlak van indexering kan worden gehandhaafd. Deze maatregel heeft tot doel de negatieve gevolgen van de federale hervorming voor de Brusselse non-profitsector te neutraliseren.

Het College van de COCOF verklaart “zijn steun te bevestigen aan de non-profitsector, die al verzwakt is door het gebruik van voorlopige twaalfden. Ondanks een beperkt budgettair kader en een beperkte manoeuvreerruimte in de lopende zaken.”

Het College benadrukt bovendien de voortdurende inzet van de actoren in de non-profitsector om de kwaliteit van de dienstverlening aan de Brusselse bevolking te waarborgen. Het herinnert eraan dat elke geïnvesteerde euro essentieel is voor de dagelijkse werking van deze organisaties.

“De steun aan organisaties die actief zijn op het terrein blijft een prioriteit. Zij mogen niet lijden onder het ontbreken van een volwaardige regering en wij begrijpen hun bezorgdheid”, verklaart Barbara Trachte, minister-voorzitter van de COCOF, bevoegd voor de non-profitsector.